Menu

Zo werk je aan vertrouwen in jezelf, je team en organisatie

Zo werk je aan vertrouwen in jezelf, je team en organisatie

Vertrouwen van je team krijgen, is niet vanzelfsprekend. Dat vraagt iets van jou als leider. Je kunt niet leiden als mensen niet volgen. En mensen volgen niet als er geen vertrouwen is, dan doen ze alsof. Dan zeggen ze ja in de vergaderruimte en doen nee in de uitvoering. 

Zelf vond ik vertrouwen best een groot en lastig onderwerp om aan te werken. In 2019 was het zelfs mijn centrale thema. Niet eerder heb ik mij gerealiseerd hoeveel verschillende begrippen in het woord vertrouwen opgesloten zitten. Ver, vertrouwt, trouw, rouw, trouwen, rouwen, ouw, uw, wen, wenen, en, vertrouwen. In 2019 heb ik ze allemaal doorleefd, van trouw zijn aan mijzelf, tot rouwen om de sprookjes die niet blijken te bestaan. 

Vertrouwen op het werk

Gebrek aan of beschadigd vertrouwen wordt in veel teams en organisaties genoemd als reden waarom de samenwerking niet lekker loopt en is ook vaak een oorzaak van gebrek aan betrokkenheid. In de praktijk heb ik gemerkt dat het voor mensen lastig is om precies te duiden wat er moet veranderen, wil er meer vertrouwen zijn. Al snel worden er dingen genoemd die buiten het individu zelf liggen en niet zijn uitgesproken naar de ander. ‘Hij moet eerst …, ze houden toch geen rekening met ons, et cetera.’

Een mooi hulpmiddel om op constructieve wijze aan vertrouwen te kunnen werken, vind ik de zeven elementen die, zo is gebleken uit onderzoek door Brené Brown, het fundament van vertrouwen vormen. Dit zijn: betrouwbaarheid, ruimhartigheid, aanspreekbaarheid, vertrouwelijkheid, integriteit, niet-oordelen en grenzen. Ik licht ze hieronder verder toe. 

  1. Betrouwbaarheid: je doet wat je zegt. Op het werk betekent dit dat je je bewust blijft van je vaardigheden en beperkingen. Zo beloof je niet te veel en ben je in staat te leveren wat je hebt beloofd en kun je met elkaar strijdende prioriteiten in balans houden.
  2. Ruimhartigheid: jij geeft de ruimhartigst denkbare interpretatie aan de bedoelingen, woorden en daden van anderen. 
  3. Aanspreekbaarheid: je ziet je eigen fouten onder ogen, biedt je excuses aan en maakt het goed.
  4. Vertrouwelijkheid: je deelt geen informatie of ervaringen die je voor je moet houden. Het is nodig dat je medewerkers weten dat de dingen die zij jou in vertrouwen hebben verteld niet worden doorverteld, en dat jij geen informatie over andere mensen met hen deelt die vertrouwelijk zou moeten blijven.
  5. Integriteit: je kiest voor moed boven gemak. Je kiest wat juist is boven wat leuk, snel of gemakkelijk is. En je kiest ervoor om je waarden en normen in de praktijk te brengen in plaats van ze alleen met de mond te belijden.
  6. Niet-oordelen: Ik kan vragen om wat ik nodig heb en jij kunt vragen om wat jij nodig hebt. We kunnen zonder oordeel praten over wat we voelen. We kunnen elkaar om hulp vragen zonder oordeel.
  7. Grenzen: jij respecteert mijn grenzen, en als je niet weet wat oké is dan vraag je dat. Je bent bereid nee te zeggen.

Je kunt jezelf, elkaar of als team scoren op het gedrag wat je ziet of laat zien op de verschillende onderdelen. Hier kun je vervolgens een waardevol gesprek over voeren. Aan de hand daarvan spreek je concrete en volledige acties met elkaar af om te groeien in vertrouwen. Een kwetsbaar proces dat vraagt om zorgvuldigheid, oprechtheid en tijd.

Werken aan vertrouwen heeft namelijk alleen zin als je bereid bent om elkaar echt te ontmoeten. Als je verder durft te kijken dan het verleden, trouw bent aan hoe het voor jouw is en bereid bent de rouw (het verlies) te nemen als blijkt dat de werkelijkheid anders is dan jij had bedacht. 

Wil je weten hoe ik jou kan helpen om aan vertrouwen te werken? Vertrouwen in jezelf, in je team of organisatie? Neem dan contact met mij op.