Zie je wel, ik ben niet goed genoeg

Zie je wel, ik ben niet goed genoeg

‘Zie je wel, ik ben niet goed genoeg.’ Het was het eerste dat in mij opkwam als reactie op de vraag ‘Doe je dit veel in het Engels?’. Een vraag van één van de deelnemers tijdens de eerste dag van de start van het leiderschapstraject met een internationale groep.

Ik begon deze trainingsdag met een duf hoofd. Het was mijn laatste werkdag voordat ik een paar dagen vrij zou zijn. Ik voelde mij moe en merkte dat ik aan de ruimte moest wennen en op gang moest komen. De intense hectiek van de afgelopen weken was voelbaar. Thuis herkennen ze dat doordat ze merken dat ik dan moeilijker op woorden kan komen en mijn ogen dicht doe terwijl ik harder ga praten. Zo ging het ook deze ochtend.

Mijn eerste reactie op zijn vraag was feitelijk. Ik vertelde welke teams in zijn organisatie allemaal het programma volgden en hoe vaak dat dus in het Engels was.

De dag vervolgde.

In de middag spraken we met elkaar over de nut en noodzaak van contact maken met jezelf en je emoties. ‘Dat klinkt allemaal wel een beetje zweverig’, zei één van de deelnemers. ‘Dat snap ik’, was mijn reactie, ‘en toch is het goud waard. Weet je nog, vanochtend, die vraag van je collega, of ik veel van deze sessies in het Engels doe?’

‘Ja, dat weet ik nog’, zei hij.

‘Mijn eerste reactie van binnen was: ‘Zie je wel, mijn Engels is niet goed genoeg. Ik ben niet goed genoeg.’ Vroeger zou dat het begin zijn geweest van een verschrikkelijke dag waarin ik heel hard zou zijn gaan werken om te bewijzen dat ik wel goed genoeg ben. Dat doe ik niet meer, dat hoef ik niet meer. Door contact te maken met de onrust in mijn lijf, de angst en onzekerheid en de neiging om mijzelf te willen verstoppen na die vraag, begreep ik dat ik gepakt was door schaamte. En in plaats van daarin mee te gaan, heb ik ondertussen de kennis en ervaring opgebouwd om andere keuzes te maken. In dit geval gebruik maken van mijn zelfcompassie.

Hoe dat eruit ziet?

Als een interne dialoog, waarin ik mijzelf deze vragen stelde: Mijn Engels kwam vanochtend moeizaam op gang. Kan het beter? Was dit het beste dat ik vanochtend kon? Is het tijd om uit te rusten en beter voor mezelf te zorgen? Mag je moe zijn na de intensieve weken die je achter je hebt? Ga je er iets aan veranderen? Allemaal vragen die ik met ja kan beantwoorden. Betekent dit dat wat ik doe niet goed genoeg is, dat ik niet goed ben? Absoluut niet.

Door deze dialoog met mijzelf heeft de schaamte geen vat meer op mij en kan ik de twijfel of ik goed genoeg ben, loslaten. Ik kan het nu zelfs als voorbeeld gebruiken om uit te leggen hoe het werkt: contact maken met de emoties, begrijpen welk effect ze op je hebben, accepteren dat ze er zijn en weten wat je kunt doen om in vertrouwen verder te kunnen in plaats van je te verstoppen of af te reageren. Het is iets dat iedereen kan leren die bereid is om contact te maken met zijn of haar emoties.

‘Weet je waarom ik het vroeg, van dat Engels?’, zei hij.  ‘Nee,’ zei ik. ‘Ik vroeg het omdat het mij zo lastig lijkt om dit te doen in een andere taal dan je moedertaal. In mijn eigen taal vind ik het namelijk al lastig. Ik vind het echt knap dat je dit met zoveel succes in onze organisatie doet.’